| |
Ortho-moleculaire
therapie
DE CHOLESTEROL FABEL (43 +45)
Cholesterol wordt al jaren in een steeds slechter daglicht gezet.
Vroeger moest het beneden de 10 mmol/ltr zijn, maar dit getal
wordt steeds lager gesteld. Cholesterol wordt in alle cellen van
het lichaam gevormd, maar grotendeels in de lever, darmen, bijnieren,
voortplantingsorganen en placenta. Voor een klein deel krijgen
we het via de voeding binnen. De indruk wordt gewekt dat cholesterol
een zwaar vergif is waar we aan kunnen sterven. Dit is een grote
misvatting. Bij een tekort aan cholesterol worden we ernstig ziek
of sterven we aan hartzwakte of kanker. Daarom is cholesterol
onontbeerlijk voor een goede gezondheid.
Een teveel aan cholesterol is een teken van ziekte, zoals koorts
bij een infectie en niet de oorzaak. Bij onderdrukking van koorts
kan men geen longontsteking genezen en zo zal men de gezondheid
niet verbeteren door het cholesterolniveau kunstmatig te verlagen
met vergif.
Naar
boven
Eigenschappen
van cholesterol
Cholesterol is een belangrijk sterol in het menselijk lichaam
en een onderdeel van het plasma en de intracellulaire membranen.
We vinden het in de myeline structuren van de hersenen en het
centrale zenuwstelsel en in kleine hoeveelheden in de membranen
van mitochondria.
In de lever wordt cholesterol omgezet tot galzouten,
nodig voor de opname van vetten en de vetoplosbare vitaminen (vitamine
A, E, D en K).
Cholesterol is van belang voor de vorming van steroid
hormonen. Dit zijn hormonen van de bijnieren en de voortplantingsorganen.
De hormonen van de bijnieren zijn de corticosteroïden en
de mineralo-corticosteroïden.
De geslachtshormonen zijn de hormonen die gevormd worden door
de eierstokken, de testikels, de placenta (en voor de placenta).
Ze zijn van belang voor de zwangerschap, bij de bevalling, de
borstvoeding, het mineralen evenwicht en de energie die vrij komt
bij de stofwisseling van de vetten, suikers en eiwitten.
Uit cholesterol komt het ergosterol dat onder
invloed van het ultraviolet van de zon omgezet wordt in vitamine
D2, van belang voor onze kalkstofwisseling (1).
Cholesterol wordt in het lichaam gevormd uit Acetyl CoA, dat
op zijn beurt gevormd wordt uit de suikers, vetten, eiwitten en
vitaminen ( vooral B5) die we eten. Dit Acetyl CoA wordt stapsgewijs
omgezet in mevalonaat. Deze stof wordt weer omgezet in:
- Cholesterol.
- Coenzym Q 10
Selenoproteïnen, selenoproteïne N, glutathionperoxidase,
deiodinase.
Het Coenzym Q 10 is noodzakelijk voor het functioneren van de
kernen van de cellen. Zonder deze stof kunnen onze spieren en
zenuwen niet hun werk doen. Vooral de hartspier heeft voor zijn
energie veel Coenzym Q10 nodig.
De cholesterolverlagende medicijnen, statinen genoemd, blokkeren
de vorming van mevalonaat. Daardoor krijgen we een daling
van cholesterol, Coenzym Q 10 en Selenoproteïnen.
De Selenoproteïnen zijn van belang voor de vorming van selenoproteïne
N en glutathionperoxidase. Laatstgenoemde stof beschermt het lichaam
door handhaving en vorming van spierweefsel (2).
Bij een tekort ontstaat pijn aan de skeletspieren, spierzwakte
en vermoeidheid. Deze Selenoproteïnen hebben ook een anti-kankerwerking.
Naar
boven
De gevolgen van het gebruik
van cholesterolverlagende middelen
Coenzym Q 10 tekort: (11)onze
spieren worden zwakker. Bij jonge mensen zal dit niet direct plaats
vinden, maar wel op de lange duur. Door zwakte van de spieren
zullen deze sneller pijn gaan doen bij inspanning. De zwakte van
het hart zal kortademigheid en extreme vermoeidheid veroorzaken
(10)
Volgens Langsjoen ontstaat bij 70% van de statinen gebruikers
een afwijking aan het hart. Ook in Canada werden de artsen gewaarschuwd
voor het gebruik van lipitor in verband met hartfalen (3).
De zenuwbanen zijn ook afhankelijk van een adequate Coenzym Q10
voorziening. Grotere gevoeligheid van ons gehele lichaam zal plaats
vinden, maar ook ons centrale zenuwstelsel heeft er van te lijden.
De astronaut Graveline beschrijft in zijn boek: “Lipitor-
dief van ons geheugen”, hoe hij vlagen van geheugenverlies
kreeg door het gebruik van lipitor.
De hersencellen en de zenuwbanen hebben voor hun wanden cholesterol
nodig. Bij een tekort in de hersencellen ontstaan psychische bijwerkingen,
zoals depressie, slaapproblemen en geheugenverlies. Bij een tekort
aan cholesterol in de zenuwbanen krijgen we zenuwbeschadiging
(perifere polyneuropathie) die wordt gekenmerkt door zwakte, gevoelloosheid,
pijn en tintelingen in de voeten. Door afname van de weerstand
(coenzym Q 10 is ook van belang voor onze weerstand) kan ontsteking
van de zenuwbanen ontstaan (16, 17).
Bij oudere mensen (70 en ouder) blijkt een hoger cholesterolgehalte
juist samen te hangen met een langer leven, voornamelijk doordat
ze minder kanker en infectieziekten kregen (18).
Bij gebruik van cholesterolverlagende middelen is bij hun de kans
groot dat een afname van de spierfunctie of het denkvermogen plaats
vindt, wat een bedreiging is voor de kwaliteit van het leven en
voor overleven in het algemeen.(29)
Naar
boven
Het LDL-cholesterol: deze
stof is onontbeerlijk voor ons lichaam omdat het een drager is
van coenzym Q 10 en bètacaroteen. Deze stof is dus ook
niet gevaarlijk voor ons lichaam, anders zou het niet gevormd
worden. Bij te weinig LDL-cholesterol ontstaat een tekort aan
antioxidanten, waardoor de kankercellen niet meer geremd worden
in hun groei.
LDL-cholesterol is een voorloper van pregnenolone, DHEA en progesteron.
Dit zijn hormonen die het verouderingsproces remmen en van belang
voor onze gezondheid.
Samen met cholesterol werkt het als antioxidant bij de verwijdering
van giftige stoffen uit ons lichaam (19, 20).
Een teveel aan LDL-cholesterol (het zogenaamde slechte cholesterol)wijst
op een stoornis en dit kan met voeding en vitaminen goed geregeld
worden. Het LDL-cholesterol moet in evenwicht zijn met het HDL-cholesterol
en het gewone cholesterol. (21, 22)
Naar
boven
LDL-cholesterol en de transvetzuren:
De LDL-deeltjes in het bloed hebben een bepaalde grote. Zijn ze
te klein, dan is er een vergroot risico op vaataandoeningen. De
grote LDL-deeltjes doen ons geen kwaad. Het ontstaan van de kleine
LDL-deeltjes is een gevolg van het eten van transvetzuren die
kunstmatig verkregen zijn door het verharden van onverzadigde
vetzuren in geharde verzadigde vetzuren. Bij dit verhardingsproces
wordt waterstof bij een verhoogde temperatuur door olie geleid.
Deze vetten zitten in frituurvet, kant en klaar maaltijden, koek,
gebak, margarine en vele andere industriële vetten. Deze
kunstmatig gevormde transvetzuren zijn schadelijk voor ons, terwijl
roomboter de goede transvetzuren voor ons heeft
(23, 24). Deze onnatuurlijke
transvetzuren hebben ook de eigenschap om het LDL-cholesterol
te doen stijgen en het HDL-cholesterol te doen dalen.(25,
26)
Naar
boven
Squaleen tekort: squaleen
is een voorloper van cholesterol, maar wordt ook gebruikt in ons
lichaam voor de vorming van vitamine A, E, D en K. Vitamine A
is voor onze weerstand tegen infecties en vooral in de winter
samen met vitamine D van belang om extra in te nemen. Vitamine
D en K zijn belangrijk voor de botvorming, dus tegen osteoporose.
Vitamine E is voor zeer veel processen in ons lichaam van belang
als vrije radicalenvanger.
Naar
boven
Cholesterol tekort:
uit cholesterol worden de geslachtshormonen, galzouten en vitamine
D gevormd en is cholesterol een onderdeel van de celwand. Samen
met een tekort aan Coenzym Q10 veroorzaakt het rhabdomyolyse,
d.w.z. dat spieren neigen om op te lossen en te verzwakken, inclusief
uw hartspier. Deze rhabdomyolysis kan een nierbeschadiging doen
ontstaan (9) en door het vrijkomen van giftige
spiercomponenten een levensbedreigende nierinsufficiëntie
veroorzaken (15).
Een daling van de geslachtshormonen zal uw liefdesleven niet ten
goede komen (in de meeste gevallen)(1, 4,
12).
Naar
boven
Selenoproteïnen tekort:
uit Selenoproteïnen ontstaan glutathionperoxidase, selenoproteïne
N en deiodinase. Een tekort veroorzaakt een vergrote kans op kanker.
Een selenoproteïne N tekort geeft spierpijnen, spierzwakte
en vermoeidheid. Coenzym Q10 is dus niet het enige middel dat
bij een tekort deze symptomen geeft. (5, 6).
Naar
boven
Andere bijwerkingen:
de volgende bijwerkingen kunnen ontstaan door inname van cholesterolverlagende
middelen: longontstekingen, leververgiftiging, fatale colitis
ulcerosa, pancreatitis (alvleesklierontsteking), peesontstekingen,
vertroebeld zicht, hoofdpijn, huiduitslag, misselijkheid en andere
maagdarmproblemen (28), afwijkingen bij het
ongeboren kind (30).
Naar
boven
Conclusie:
- Cholesterol is een belangrijke stof voor het lichaam. Een
te hoog cholesterolgehalte zegt dat er mogelijk tekorten zijn
aan vitamine B3 of B6, maar dit is niet gevaarlijk voor het
lichaam. Statines zijn veel gevaarlijker. (7)
- Cholesterolgehalte heeft niets te maken met atherosklerose,
hartaandoeningen, hersenbloedingen of herseninfarcten.(7)
- Cholesterolverlaging kan je leven verkorten en ellendig maken.
(7,4)
- Vergelijkend onderzoek van statinen en placebo gaf geen verbetering
te zien van hart en vaataandoeningen bij gebruik van statinen.
(8)
- Cholesterolverlagers verzwakken het immuunsysteem.
- Cholesterolverlagers verhogen de bloeddruk, met name de onderdruk.
Naar
boven
Wat kunnen we doen
om ons hart en bloedvaten goed te houden?
Indien u toch nog angstig bent en niet overtuigt over het onschuldige
cholesterol, dan kunt u bij een hoog gehalte vitamine B3 (=niacine)
(13, 14), vitamine B6 en taurine
gebruiken. De niacine geeft warmte opvliegers gedurende half uur.
Neem het in na de warme maaltijd. Er is ook een langzaam opneembare
vorm, die geen flushes geeft. Bij leverstoornissen moet u maar
heel weinig innemen (25 mgr/dag) of eerst het gehalte aan vitamine
B3 in het bloed laten meten. Vitamine B6 is altijd goed.
Dagelijks gebruik van Coenzym Q 10 doet uw hart en spieren versterken
en verhoogt uw levenskans met 75% (27).
Om geoxideerd cholesterol (oxysterolen) zo min mogelijk binnen
te krijgen (dit is niet zo goed) moet u dierlijke eiwitten mijden,
met name vlees en melk. Gebruik veel vitamine C, bètacaroteen
en Coenzym Q 10 (31).
Heel belangrijk is het meten van het homocysteïne-gehalte
in uw bloed in combinatie met vitamine B12, foliumzuur en magnesium.
Een te hoog homocysteïne-gehalte (boven 7 micromol/ltr) is
schadelijk en wijst op een tekort aan vitamine B12, foliumzuur,
magnesium en bètaïne HCL.
Drink geen melk, want deze remt de opname van de nodige stoffen.
Naar
boven
Schema wat u het beste kunt
innemen voor uw hart en bloedvaten:
Dit schema is samengesteld uit adviezen van deskundigen op het
gebied van hart- en vaatziekten. (32, 33,
34, 35).
- Eet veel fruit en groenten, liefst uit eigen tuin en niet
uit kassen. Doordat er teveel met kunstmest is gewerkt, bevat
de groente in 10 jaar tijd nog maar de helft aan vitamine en
mineralen (1986-1996) (36). In groenten en
fruit zitten vitamine C, vitamine A, carotenoïden, tannine,
flavonoïden en fyto-oestrogenen, allemaal verlagen zij
het cholesterolgehalte. Door de vezels verlagen zij ook de bloeddruk,
maar doe een goede buikademhaling om de opname te bevorderen.
(37)
- Volkoren graanproducten, indien u er tegen kunt, verlagen
ook de kans op een ischemische beroerte. (38)
- Overgewicht vergroot uw kans om een beroerte te krijgen aanzienlijk,
vooral als dit gepaard gaat met suikerziekte en/of verhoogde
bloeddruk. Laat u nakijken wat de oorzaak van uw overgewicht
is. Tekorten aan mineralen, vitaminen of een insulineresistentie
kunnen aanwezig zijn.
- Chronische infecties en een slecht gebit veroorzaken een verhoogde
bezinking en meer kans op het dichtslibben van uw vaten (39).
Poets uw tanden goed en laat uw kwikvullingen vervangen.
- Een zittend leven en veel roken verhogen uw kansen voor een
beroerte. Doe dagelijks lichaamsoefeningen en bij een zittend
leven elk uur in beweging komen.(40, 41).
Roken en koffie veroorzaken een kortdurende vaatverwijding en
daarna een langdurige vaatvernauwing. Daardoor ontstaan vaatbeschadigingen
waarin vetten zich ophopen wat weer een vaatvernauwing tot gevolg
heeft.
- Laat uw bloedgroep bepalen en volg het bloedgroepdieet. Drink
geen melk omdat daar veel cholesterol en zout in zit.
- Gebruik de volgende
middelen:
- Coenzym Q 10 1-2 x daags 100 mgr
- Om de homocysteïnespiegel te verlagen naar 5 –
7 micromol/ltr kan men de volgend middelen innemen ( eventueel
na bepaling in het bloed):
a. vitamine B 12 2000mcg/week
b. foliumzuur 2 mgr/dag
c. pyridoxaal-5-fosfaat 1 x 50 mgr/dag
d. betaïne HCL 3 x 1 tabl tijdens de maaltijd
e. magnesiumorotaat 1 x 500 mgr/dag
- Niacine 3 x 100 mgr/dag na het eten vanwege de warmtegolven
die men kan krijgen. Een langzaam opneembare vorm is er ook
en deze geeft geen flushes. Laat eerst uw leverfuncties nazien,
want bij stoornissen hiervan moet niacine (=vitamine B3) laag
gedoseerd worden.
- Vitamine C 3 x 1000-2000 mgr/dag
- Vitamine E complex 2 -3 x 400 mgr/dag
- EPA/DHA=omega 3 2 x 500-1000 mgr/dag en een goede bron aan
alfalinoleenzuur zoals lijnzaad en vette vis.
- Knoflook 25-100 mgr/kilo lichaamsgewicht.
- Proline 3000 mgr/dag
- l-lysine 6000 mgr/dag
- Vitamine D 1000 IE/dag. En tekort kan de kalkstofwisseling
storen en daardoor hartfalen veroorzaken. (42).
Dat artsen en specialisten toch cholesterolverlagende middelen
voorschrijven komt door de reclame van de farmaceutische industrie
die onjuiste gegevens laat zien en bij onderzoek de cijfers die
niet in hun straatje past weglaat.
Cholesterolverlagende middelen kunnen uw dood worden en dat lukt
u niet met de middelen die hierboven aangegeven zijn.
Naar
boven
Literatuur:
1. Textbook of Biochemistry van
Thomas M. Devlin.
2. Moosmann B, Behl C, Lancet 2004; 363(9412):892-4
3. Canadese editie New England Journal
of Medicine 15 jan. 2004.
4. cholesterolverlaging, statines, hartfalen,
kanker, geheugenverlies.Ortho 22e jaargang, nummer 2, 2004.
5. statines remmen Selenoproteïnen. Ortho
22e jaargang, nummer 2,2004.
6. Lancet 2004;363(9412): 892-4
7. de cholesterolmythe: Ortho 21e jaargang nummer
2, 2003, pag. 56-62.
8. het Mierlo project van Dr. G.E.Schuitemaker.
9. cardiovasc Med. 2001;2(5):205-207
10. statins and chronic heart failure. J.Am Coll
Cardiol 2002 May15;39(10): 1567-73.
11. Langsjoen PH, Langsjoen AM. Biofactors, 2003;18(1-4):101-11.
12. Libido-afname en gebruik van statines. Br.J.Clin.
Pharmacol. 2004 Sep; 58(3);326-8.
13. Effect of niacin and atorvastin on lipoprotein
subclasses in patients with atherogenic dyslipidemia. Mc Kenney
JM et al. Am. J Cardiol 2001 AUG 1:88(3);270-4.
14. Faché, W OM Orthomoleculaire Geneeskunde;
deel 8, Hart- en bloedvaatziekten VIOW, 2000.
15. Ann. Pharmacother. 2002;36: 288-95.
16. Ann Pharmacother. 2003; 37: 274-8
17. Neurology, 2002; 14:1333-7
18. Lancet, 1997; 350: 1119-23.
19. Earthletter, 1993; Spring
20. Free Rad. Biol and Med, 1991; 11:47-61.
21. N Engl J. Med. 1999;341:410-8
22. Proc Nutr Soc. 2003; 62:135-42
23. Can. J. Cardiol. 2001; 17:859-65.
24. Am. J. Public Health 1994; 84:722-4
25. Am. J. Clin Nutr 2003; 78: 370-5
26. Ortho. 22e jaargang 2004 no 1 pag. 34-38
27. Am. J. Cardio, 1990;65: 521-3
28. BMJ. 2000; 320: 1583-4
29. Lancet, 1989; i: 868-70
30. N. Engl. J. Med. 2004 8; 350(15): 1579-82.
31. J.Orth. Medicine, 1991; 6:83-98.
32. Ortho 22e jaargang no. 3. 2004
33. Medisch Dossier jaargang 3 nr.2 en 4. 2001
34. Medisch Dossier jaargang 6 nr. 2. Februari
2004.
35. L. Pruimboom seminar. BV Uitgeverij Van Nature
2004.
36. Orthofyto jaargang 10, juli-aug. 2004 pag.277
37. Int. J. Epidemiol. 1997;26: 1-13
38. JAMA. 2000; 284:1534-40
39. Arch Intern Med. 2000;160:2749-55
40. Am. J. Epidemiol. 1996; 143:860-9.
41. Stroke, 1998; 29:2049-54.
42. J. Am Coll Cardiol 2003;41(1): 105-12.
43. De
Cholesterolleugen; Prof.Dr. Walter Hartenbach. . Uitgeverij
Ankh-Hermes bv-Deventer en The Great Cholesterol Con van Anthony
Colpo. ISBN 978-1-4116-9475-0.
44. Lancet 2007: 369: 268-269.
45. Malignant Medical Myths: Joel M. Kauffmann,
Ph.D. Myth 3:78-105 ISBN 0-7414-2909-8.
J.Beunk
Homeopatisch en Orthomoleculair arts
Orionweg 23
2024 TA Haarlem
Tel. 023 5271612, fax. 023 5261203
|
|